Interview Kadir van Lohuizen

Kadir van Lohuizen (1963) is sinds 1988 fotojournalist en is daarvoor het grootste deel van het jaar in het buitenland te vinden, soms werkend in conflict gebieden, vaker werkend aan grotere projecten over migratie en klimaatverandering. Hij wilt met zijn werk een tegenwicht bieden aan de commerciële nieuwsmedia door vergeten conflicten en rampen onder de aandacht te brengen. Kadir staat voornamelijk bekend om zijn lange termijn projecten en heeft al vele prijzen in de wacht gesleept zoals drie World Press Photo Awards en een Visa d’Or voor zijn werk in Tsjaad. Zijn meest recente prijs is de Carmignac Photojournalism Award van de Franse Carmignac Fondation. Hiervoor vertrekt hij deze zomer samen met NOOR collega fotograaf Yuri Kozyrev naar het gebied rond de Noordpool om een fotoproject te realiseren rond het verdwijnen van de poolkappen. 

Deze foto’s waren mijn eerste gepubliceerde foto’s, ik kreeg er vijftien gulden voor

© Kadir van Lohuizen / Indonesia, Jakarta, 01 March 2016 NOOR Images

Waar kom je oorspronkelijk vandaan en heb je een opleiding fotografie gevolgd?

''Ik kom uit Utrecht en mijn ouders zijn in 1975 naar Gouda verhuisd toen mijn moeder daar conservator werd van het Stedelijk Museum. Ik heb wel ooit een poging gedaan voor een fotografie opleiding toen ik van de middelbare school afkwam. Ik melde me aan bij de school voor fotografie in Den Haag, maar werd helaas afgewezen. Toen ben ik het me zelf eigen gaan maken. Ik timmerde een doka bij mijn ouders op zolder en ging aan de slag. Ik fotografeerde alleen maar zwart wit en ontwikkelde alles zelf. Even later ben ik gaan reizen en zo ben ik in 1985 in China beland. In Boedapest nam ik de trein. Een kaartje kostte destijds maar honderd gulden. Eerst ging het naar Moskou en daarna met de Transsiberië Expres dwars door de Sovjetunie naar Peking. Uiteindelijk raakte ik in Tibet verzeild. Terug in Nederland had ik over deze reis mijn allereerste expositie bij het Antiquariaat Van Gennep op de Nieuwezijds.''

En dat is ook gelijk goed opgepikt?

''Er kwam meer aandacht voor mijn andere werk wat ik tijdens deze reis had gemaakt. Via Tibet en Hong Kong belandde ik op de Filippijnen. Ik kwam daar aan precies toen de opstand tegen president Marcos uitbrak. Deze foto's waren mijn eerste gepubliceerde foto’s, ik kreeg er vijftien gulden voor. ''

Ben je toen op zoek gegaan naar een agentschap of heb je het allemaal zelf gedaan?

''Ik ben in een vroeg stadium bij het agentschap Hollandse Hoogte terechtgekomen. En toen is het balletje gaan rollen. In december 1987 brak de eerste Palestijnse opstand uit, de eerste intifida. Ik bracht twee maanden in de door Israël bezette Palestijnse gebieden door. De Groene publiceerde mijn foto's en sindsdien is de camera nooit meer uit mijn handen gegaan.''

© Kadir van Lohuizen The last Hutu refugees in Eastern Zaire NOOR Images

Je hebt ook in Frankrijk bij een agentschap gezeten? 

''Ja, na Hollandse Hoogte kwam VU. Ik had al snel door dat internationaal de lat wel hoger lag dan nationaal. Ik heb daar ontzettend veel geleerd en bijzondere mensen leren kennen. Stanley Greene en Philip Blenkinsop zaten ook bij VU. Stanley en ik kregen uiteindelijk het idee om een agentschap voor onszelf te beginnen. Op die manier hadden we het ook meer zelf in de hand. En zo is NOOR ontstaan."

Ben je nog veel bij NOOR betrokken en heeft het agentschap je verwachtingen waargemaakt?

 "Ik ben veel bij NOOR betrokken, soms zelfs een beetje te veel. Maar dat komt ook omdat we in Amsterdam zitten en ik hier natuurlijk woon. De rest van onze staff is niet-Nederlands. NOOR heeft voor mij gebracht wat ik er van verwacht had. Het was niet mijn intentie om depositie van Magnum over te nemen of de wereld te veroveren, maar om een hechte eenheid te vormen die samen nieuwe groepsprojecten bedenkt, de fotografen logistiek ondersteund, masterclasses geeft en tentoonstellingen organiseert."

© Kadir van Lohuizen / NOOR Images

 

Hoeveel fotografen zijn er nu aangesloten bij NOOR?

 "Inmiddels zijn we met 15 fotografen en dat is ook wel de max waar we op willen zitten. Sinds vorig jaar zijn er drie nieuwe fotografen onder de 30 bijgekomen; Sanne de Wilde hebben we nu, Léonard Pongo en Arko Datto. En ja, nieuw bloed brengt ook nieuw elan. En een nieuwe beeldtaal. Dus het is wel so far, so good."

Hoe komt het dat er voorheen meer journalistiek werd gefotografeerd dan nu?

 "Het gaat altijd in golven, de ene keer zie je een tendens naar documentair en de andere keer weer naar meer autonoom. Maar het is natuurlijk ook een financieel ding. De gedrukte kranten en tijdschriften bestaan nog, die verdwijnen minder snel dan voorspeld, maar het is wel langzaam aan het gebeuren. De budgetten zijn minder groot en het is een race geworden om de lezer en om de kijker. Die bepalen uiteindelijk wat wij allemaal te zien krijgen. Ik werk en publiceer internationaal. Ik zou al heel lang niet kunnen leven van de Nederlandse markt alleen. Op een globaal niveau is het niet overal hetzelfde. Bijvoorbeeld de Amerikaanse bladen en kranten zijn door Trump een stuk meer journalistiek geworden dan ze ooit waren. Dus daar zijn opeens wel juist meer budgetten."

De grotere projecten ontstonden in de jaren ‘90 toen ik veel in Afrika werkte

Climate change, Papua New Guinea, Bougainville © Kadir van Lohuizen / NOOR images

Hoe krijg je het voor elkaar jouw projecten zo goed onder de aandacht te brengen?

 "Natuurlijk is er een geluksfactor, maar als je weet wat je wilt kom je al echt een heel eind. En grote projecten ontstaan altijd klein en worden gaandeweg groter. Fotografie is een waanzinnig mooi vak en ik denk dat een foto ook nooit zal verdwijnen. Sterker nog; het is populairder dan ooit. De kracht en de impact die een foto kan hebben, die weet film bijvoorbeeld zelden te bereiken. Toch ben ik op zoek gegaan naar een diepere laag in de fotografie. De grotere projecten ontstonden in de jaren '90 toen ik veel in Afrika werkte, veel in conflictgebieden zat als Sierra Leone, Zaïre en Angola. Ik realiseerde me dat de grote motor achter veel van die conflicten grondstoffen waren en ben daar toen meer ingedoken. De problematiek rondom de diamantindustrie is nu wel bekend, maar in de jaren '90 hoefde je echt niet met de theorie aan te komen dat in veel landen diamanten de financiering van die conflicten waren en ze in stand hielden. Hierdoor is de research voor mijn projecten ook een zeer belangrijk onderdeel geworden."

Heeft multimedia een grote plaats ingenomen in de journalistieke fotografie?

''Multimedia is voornamelijk ontstaan doordat online groter en groter werd. Voor heel veel kranten is inmiddels online primair en de print secundair. In sommige landen en bij sommige bladen zijn ze daar een stuk verder in dan dat wij hier zijn.''

En welke voorbeelden kan je daarvan noemen?

 "Mijn recente project Wasteland heb ik samen met de Washington Post gedaan. Online zijn New York Times en de Guardian erg groot. Dat zijn wel de grotere kranten met een groot bereik en meer budget. Maar dat zijn ook kranten die door beleidsmakers en door politici worden gelezen."

Via Panam, migration in the America's, Guatemala © Kadir van Lohuizen/NOOR Images

Verkoop je je werk?

''Ik heb er nooit mijn best voor gedaan: als iemand belt of hij een print wilt kopen, dan kan dat. Ik zit niet aangesloten bij een gallerie. Ik heb er ook wel een dubbel gevoel over. De dingen die ik maak, horen namelijk in een bepaalde context.''

Hoe belangrijk is esthetiek in een foto voor jou? Ga je daar ook naar op zoek?

''Wat maakt een foto goed? Daar kunnen we een hele boom over opzetten. Het is natuurlijk zo dat op het moment dat het een goede foto is door iemands gelaatsuitdrukking, door de compositie of door het licht, dat de aandacht grijpt. Wat dat betreft is esthetiek zeker belangrijk. Er zijn natuurlijk altijd discussies daarover, zeker in mijn vakgebied. In hoeverre je ellende en armoede moet esthetiseren, of je dan niet de boodschap mist. Maar uiteindelijk gaat het over integriteit. Het gaat erover hoe je de mensen, die op je foto staan, benaderd.''

© Kadir van Lohuizen

 

Vind je dat je projecten allemaal alle aandacht hebben gekregen die ze verdienen? Welke tegenslagen maak je mee gaandeweg in het ontwikkelen van je project?

 "Bijna alles is altijd wel succesvol geweest. Natuurlijk twijfelde ik in het begin ook wel over een bepaald idee en kreeg je meningen van anderen te horen. Je moet wel stevig in je schoenen staan en je niet snel uit het veld laten slaan. Want als je luistert naar te veel meningen, dan begin je er niet meer aan. Voor het Pan Am project wat gaat over migratie vond ik in eerste instantie geen interesse noch bij potentiële subsidiegevers, noch bij bladen. Omdat ze zoiets hadden van migratie, migratie, ja, Latijns- Amerika...Ik wilde het verhaal vertellen van het Amerika waar migratie de gewoonste zaak van de wereld is. Ik wilde wat vertellen over het continent waar we eigenlijk nog steeds heel weinig vanaf weten. Dus uiteindelijk zijn het wel succesvolle projecten geworden, maar dat komt ook omdat ik het toch gewoon doorgedrukt hebt met steun van een paar mensen."

Ontstaan je langetermijn projecten al als je nog bezig bent met de één? Of maak je eerst een project helemaal af?

 "Ik krijg meestal het idee van de volgende tijdens de vorige. Toen ik met het Pan Am-project bezig was, kwam ik in Panama op de San Blas Eilanden. Daar vertelden mensen mij dat ze moesten evacueren als gevolg van de stijgende zeespiegel. Daar ontstond het idee voor het volgende project where will we go?. Het project Wasteland ontstond tijdens het project over de stijgende zeespiegel. Ik kwam op de meest afgelegen eilanden en daar lag het strand vol met plastic. Dus op die manier lopen projecten in elkaar over. Maar ik heb wel de volle concentratie nodig om iets goed af te maken, ook voor de ruimte in mijn hoofd. Twee kleine projecten naast elkaar kan nog wel, maar bij de grote projecten komt dat niet vaak voor."

Via Panam, migration in the America's, Alaska © Kadir van Lohuizen / NOOR Images

Waar ben je aankomende zomer te vinden en waar gaat jouw volgende project over?

 "Yuri Kozyrev, mijn collega bij NOOR, en ik hebben een grote prijs gekregen; de Carmignac Photojournalism Award van de Franse Fondation Carmignac. En dat is eigenlijk meer een grant dan een prijs, we krijgen 100.000 euro om het project deze zomer te bewerkstelligen. Dit jaar was het thema de arctische gebieden, de Noordpool. Yuri en ik hebben allebei al een paar keer in deze gebieden gewerkt en hadden al langer het idee om een project te gaan maken over de klimaatverandering en dan vooral ook de nieuwe scheepvaartroutes die open gegaan zijn. We hebben een voorstel geschreven en daarmee de prijs gewonnen. De werktitel van het project is New Frontiers. Er ontstaat een nieuwe noordgrens, waar we eigenlijk nooit over nagedacht hebben. Die wordt in een rap tempo ook gemilitariseerd. Er wordt gestreden om de grondstoffen en welk stuk onder het Noordpoolijs nou van wie is. We zullen de tussenliggende landen aandoen en handelsroutes, gas- en oliewining, de impact van pooltoerisme en militarisering van grenzen fotografen. Yuri en ik zullen elkaar tegen september in de Beringstraat tussen Siberië en Alaska treffen. Er zit best veel druk op, want begin november moet de tentoonstelling en het boek klaar zijn. Maar ook ben ik een schip aan het bouwen. Het heeft heel lang geduurd voor ik de vergunning had, maar dat is nu allemaal geregeld. Het schip wordt wat langer en breder dan die ik nu heb. Het wordt een zeilschip en bijna helemaal duurzaam met zonne-energie en warmtepompen."

Interview met Kadir van Lohuizen uit Kiekie no.22, onze lente editie. Een abonnement op Kiekie? Dat kan! 

Blijf hier op de hoogte van het project van Kadir van Lohuizen