Verder kijken dan de eerste blik

Maria Sturm (Roemenië, 1985) werkt als documentair fotograaf vanuit Berlijn. Ze heeft een voorliefde voor het portret en in haar series weerspiegelt die liefde en wordt je als kijker meegesleurd in het innerlijke leven van haar subjecten. Ze speelt in op de aannames die we vaak maken over anderen en laat ons verder denken over afkomst, culturele verschillen en identiteit. Haar meest recente serie 'You don't look native' to me daagt uit.

Waar komt jouw passie voor fotografie vandaan?

''Dat hangt samen met mijn nieuwsgierigheid, van jongs af aan verzamelde ik knipsels, foto’s en bladerde urenlang door fotoalbums. En ik kreeg een camera van mijn ouders, een point & shoot waar ik vooral mijn vrienden mee fotografeerde. Ik denk dat mijn passie voor portretten ook komt doordat mijn moeder me veel naar museums nam, als we op reis waren. Ik was gefascineerd door het realisme, ik bewonderde de kunst van het schilderen. Hoe krijgt iemand zoiets op papier?''

Wist je toen al dat je fotograaf wilde worden?

''Eigenlijk niet, het was een goed tijdverdrijf en ik maakte vooral op een naïeve wijze foto’s, ik dacht er niet over na. Verder heb ik niet veel gepraat over fotografie, niet met vrienden of mijn moeder. Ik herinner me wel dat mijn vrienden blij waren als ik ze een printje opstuurde.''

En wat gebeurde er toen je toch fotografie ging studeren?

''Toen ik begon met studeren in Bielefeld (red. University of Applied Sciences Bielefeld Faculty of Art and Design) kreeg ik dat aha-moment, op dat moment wist ik ineens wat ik wilde, wat me interesseerde. Wel was ik die naïeve vrijheid van vroeger verloren en zat ik gevangen in een bepaalde esthetiek. Het was tijd om volwassen te worden.''

Hoe kom jij tot je ideeën? Waar haal jij je inspiratie vandaan?

''Ik heb eigenlijk heel weinig ideeën, maar als me iets interesseert dan denk ik ‘wow, hier maak ik een project van’. Bij For Bird’s Sake ging dat bijvoorbeeld zo. Cemre Yesil, die ik bij een workshop van Antoine d’Agata heb leren kennen, liet me een video zien van een typische Turkse vogelman, die viral was gegaan. Ik dacht dat deze man zo veel van zijn vogel, dat hij werkelijk op dezelfde toon met hem praat. Dat hij eigenlijk in zijn taal uitlegde wat goede en slechte zang is, verstond ik niet. Toen wist ik: hier maak ik een project over. Het gaat bij mij eigenlijk heel organisch, thema’s in gesprekken die me bijblijven, waar ik niet over kan stoppen na te denken. Daaruit filter ik mijn interesses.''